Schwarzwälder kirschtorte

Rating: 0 sterren
0 stemmen

Deze heerlijke luchtige taart is vernoemd naar het Duitse zwarte woud. Wij bakken het regelmatig voor een verjaardag, en het is altijd een succes. Deze is taart is voor 8-10 personen. 

Biscuit

  • Klop de eieren op samen met de suiker en het snufje zout. Klop het mengel zo ver door dat het een crème-witte kleur krijgt en in een breed lint van de garde af loopt. 
  • Zeef het zelfrijzend bakmeel, de maïzena en de cacao. Spatel dit rustig door het opgeklopte ei heen. Roer dit niet te lang door, dit gaat ten koste van de luchtigheid. 
  • Vet een springvorm van ongeveer 23 cm doorsnede in en giet het beslag hier in.
  • Bak dit in een voorverwarmde over op 150 graden Celsius voor 40 minuten.
  • Laat het gebakken biscuit goed afkoelen. 

Vulling

  • Voeg de suiker toe aan de slagroom en klop deze op. Voeg gedurende het opkloppen steeds een beetje van de klopfix toe. 
  • Laat de kersen uitlekken en vang het sap op. Halveer de kersen.

Opbouwen

  • Snijd het biscuit twee keer door, zodat je drie gelijke bodems krijgt.
  • Besprenkel de bodems met de kirsch. Gebruik ongeveer 1 à 2 eetlepels per bodem. 
  • Beleg de onderste bodem met de gehalveerde kersen. 
  • Verwarm 125 ml kersensap en verdik deze met gelatine.
  • Laat het mengsel iets afkoelen en verdeel de verdikte sap over de kersen zodat deze een mooie gelei laag vormt. 
  • Besmeer dit met een laag slagroom.
  • Besmeer de middelste bodem met een royale laag kersenjam, met daar boven op een laag slagroom.
  • Leg de drie lagen op elkaar en besmeer de rand en de bovenkant met een dunne laag slagroom
  • Beleg de bovenkant van de taart met vlokken. Houd een rand van ongeveer 2 cm vrij.
  • Bespuit de rand met kleine toefjes slagroom.